Schoolkerkdienst 1

Informatie over het verloop van de erediensten vindt u hier.

Erediensten

Activiteitenkalender

Voorganger : Ds. G. van de Pol

Aanvangstijd : 18:30


Zondagavond  18 februari – Voorganger Ds. G. van de Pol

Tweede zondag van de veertigdagentijd

Wij geloven de wederopstanding des vleses…

Orgelspel

Welkom en mededelingen

Psalm 73: 10

10. Wien heb ik in den hemel, Heer,
behalve U, mijn troost en eer?
Wat kan op aarde mij bekoren?
Alleen bij U wil ik behoren.
Al zou mijn vlees en hart vergaan,
toch zal ik, God, voor U bestaan,
wien ik mijn leven toevertrouw,
Gij zijt de rots waarop ik bouw.

Moment van stilte ter voorbereiding op de dienst

Votum en groet

Psalm 30: 1, 2 en 5

1.  Dank, HEER, Gij hebt het niet gedoogd,
dat vreugd mijn vijand heeft verhoogd!
Mijn God, om hulp riep ik U aan,
en Gij schonkt mij dit nieuw bestaan!
Het donker doodsrijk met zijn dreiging
werd tot een schaduw die voorbijging.

2. Heft tot zijn eer een lofzang aan,
gij die den HEER zijt toegedaan.
Zijn gramschap duurt een kleine tijd,
een leven zijn goedgunstigheid.
Die wenend 's nachts is neergezegen
gaat met gejuich het zonlicht tegen.

5.Gij hebt mijn weeklacht en geschrei
veranderd in een blijde rei!
Mijn rouwkleed hebt Gij weggedaan,
uw vreugdekleed deedt Gij mij aan,
dat ik zou zingen tot uw ere
in eeuwigheid, mijn God, mijn HERE!

We belijden het geloof met de twaalf geloofsbelijdenis

Gezang 217: 1 en 2

1. Jezus leeft en ik met Hem!
Dood, waar is uw schrik gebleven?
Hem behoor ik en zijn stem
roept ook mij straks tot het leven,
opdat ik zijn licht aanschouw, -
dit is al waar ik op bouw.

2. Jezus leeft! Hem is het rijk
over al wat is gegeven.
En ik zal, aan Hem gelijk,
eeuwig heersen, eeuwig leven.
God blijft zijn beloften trouw, -
dit is al waar ik op bouw.

Gebed om de verlichting met de heilige Geest

We lezen uit de Bijbel Matteüs 22: 23 - 33

23 Ook kwamen er enkele sadduceeën naar Hem toe – sadduceeën beweren dat er geen opstanding uit de dood is – en ze vroegen Hem:
24 ’Meester, Mozes heeft gezegd: “Indien iemand kinderloos sterft, moet zijn broer met de weduwe trouwen omdat hij haar zwager is, en voor zijn broer nakomelingen verwekken.”
25 Nu kennen wij een geval met zeven broers. De eerste trouwde, maar stierf kinderloos en liet zijn vrouw na aan zijn broer.
26 Hetzelfde gebeurde met de tweede en de derde broer, tot aan de zevende toe.
27 Het laatst van allen stierf de vrouw.
28 Wiens vrouw zal zij dan bij de opstanding zijn? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.’
29 Jezus gaf hun ten antwoord: ‘U dwaalt, u kent de Schriften niet, en de macht van God evenmin!
30 Want bij de opstanding trouwen de mensen niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, ze zijn dan als engelen in de hemel.
31 Hebt u niet gelezen wat God u over de opstanding van de doden heeft gezegd? Dit is wat Hij zei:
32 ”Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.” Hij is geen God van doden, maar van levenden.’
33 Toen de talrijke omstanders dit hoorden, waren ze diep onder de indruk van zijn onderricht.

We lezen uit de Bijbel 1 Korintiërs 15: 12 - 20 en 35 - 50

12 Maar wanneer nu over Christus wordt verkondigd dat Hij uit de dood is opgewekt, hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat de doden niet zullen opstaan?
13 Als de doden niet opstaan, is ook Christus niet opgewekt;
14 en als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos.
15 Dan blijkt dat wij als getuigen van God over Hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat Hij Christus heeft opgewekt – want als er geen doden worden opgewekt, dan kan Hij dat niet hebben gedaan.
16 Wanneer de doden niet worden opgewekt, is ook Christus niet opgewekt.
17 Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden
18 en worden de doden die Christus toebehoren niet gered.
19 Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn.
20 Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen.…

35 Nu zou iemand kunnen vragen: ‘Maar hoe worden de doden opgewekt? Met wat voor lichaam komen ze tot leven?’
36 Dwaas die u bent! Als u iets zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen.
37 En wat u zaait heeft nog niet de vorm die het later krijgt; het is nog maar een naakte korrel, een graankorrel misschien of iets anders.
38 God geeft daaraan de vorm die Hij heeft vastgesteld, en Hij geeft elke zaadkorrel zijn eigen vorm.
39 Elk aards lichaam is anders; het lichaam van een mens is enig in zijn soort, dat van een dier eveneens, dat van een vogel ook, en ook dat van een vis.
40 Er zijn lichamen aan de hemel en lichamen op aarde, maar de schittering van een hemellichaam is anders dan die van een aards lichaam.
41 De zon heeft een andere schittering dan de maan, de maan weer een andere dan de sterren, en de sterren onderling verschillen ook in schittering.
42 Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt,
43 wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt.
44 Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam.
45 Zo staat er ook geschreven: ‘De eerste mens, Adam, werd een levend, aards wezen.’ Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest.
46 Niet het geestelijke is er als eerste, maar het aardse; pas daarna komt het geestelijke.
47 De eerste mens kwam voort uit het stof, uit de aarde, de tweede mens is hemels.
48 Ieder aards mens is als de eerste mens, ieder hemels mens is als de tweede.
49 Zoals we nu de gestalte van de mens uit het stof hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben.
50 Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dit: wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid.

Gezang 93: 1 en 2

1. Bij ’t steken der bazuinen
gaat in een punt des tijds
over der wereld puinen
Gods licht op, klaar en weids.
En die in Christus zijn
ontmoeten blij elkander,
ontkomen aan de schijn,
geheel en al veranderd.

2. Als de bazuinen blazen
Gods allerlaatst appèl,
dan vaart een groot verbazen
door hemel, aarde_en hel,
dan rijzen in het licht
de doden, die nu slapen
en voor Gods aangezicht
worden ook wij herschapen.

Verkondiging

Gezang 93: 3 en 4

3. Dit broze mensenleven,
verloren in de tijd,
zal God een lichaam geven
van onverganklijkheid.
Dan is geheel geschied
het woord van den beginne:
het doodsrijk zinkt in ‘t niet;
Gods rijk zal overwinnen.

4. Als Gods bazuinen klinken
en als het morgenrood
te middernacht zal blinken,
o strenge, bittre dood,
waar is uw zege dan,
waar is uw scherpe schade
aan vrouw en kind en man,
uw rijk van ongenade?

Dankgebed

Inzameling van de gaven

1. Diaconaat en eredienst; 2. Diaconaal quotum Protestantse kerk in Nederland

We zingen Weerklank Lied 169, melodie: Gezang 390)

1. De Zoon van God heeft overwonnen,
want Hij stond op uit dood en graf.
Nu is de nieuwe dag begonnen,
voor ons, aan wie Hij ’t leven gaf.
Ja, alles keerde Hij ten goede,
geen angst of nood beklemt ons meer.
Kom, christenen, zing blij te moede
de lof van de_opgestane Heer!

2. De grote dag zal spoedig komen
dat we opstaan in onsterfelijkheid.
Al wordt dit lichaam weggenomen,
’t wordt opgewekt in heerlijkheid.
Ons zwakke lichaam met zijn kwalen,
zal plotseling verheerlijkt zijn,
als Jezus komt om ons te halen,
opdat wij eeuwig bij Hem zijn.

3. Wij blijven U, o Heer, verwachten,
die eenmaal in het groot heelal
tenietdoet alle boze machten,
zodat geen dood meer wezen zal.
Dan zijn geschrei en rouw vergeten,
de hemel en de aarde nieuw.
En God spreekt, op de troon gezeten:
‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw!’

Zegen

Orgelspel