Schoolkerkdienst 1

Kerstverhaal

Kerstverhaaltje (vanaf 4 jaar)

 

Willy Woef had vandaag
Hele dikke pret
Want samen met zijn mama
Heeft hij de kerstboom opgezet

 

Willy Woef mag helpen
de boom te versieren met slingers en ballen
Hij doet het heel voorzichtig
zonder een bal te laten vallen

 

De kerstboom is prachtig
Het versieren is goed gegaan
Iedereen is trots
Wat heb je dat goed gedaan

 

Voor de gezelligheid
Steekt mama alle kaarsjes aan
En ook heeft Mama Woef
De lichtjes in de kerstboom aangedaan

 

Dan vertelt zij
Over het kindje Jezus geboren in een stal           
Het verhaal over dat arme kindje
kent Willy al   

Alleen een kribbe om in te liggen

En wat strootjes om zich heen
Maar met zijn ouders heel dichtbij
Is kindje Jezus niet alleen

 

Na dit mooie verhaal
Zingen ze samen een lied met luide stem
Over het kindje dat is geboren
In een stal in Bethlehem

 

En na afloop van dit lied
En het mooie verhaal
Blaft Willy Woef blij:
Vrolijk kerstfeest allemaal!

Woef

 

 

Kerstverhaal

Als Jopie wakker wordt, voelt hij zich meteen blij. Het is vandaag de laatste schooldag voor de vakantie en de juf heeft beloofd dat ze vandaag een heel bijzonder kerstfeest zullen vieren. Alle kinderen van de klas zijn herders en zo gaan zij naar de stal om het kindje Jezus te gaan zien. Jopie weet natuurlijk wel dat ze eigenlijk een heel groot toneelstuk opvoeren met zijn allen, maar het is toch bijna echt. Hij vindt het vreselijk spannend. Hoe zal de stal er uit zien? Zal het mooi versierd zijn? Het is toch groot feest als de Here Jezus geboren is? En hoe zullen ze er naar toe gaan? Misschien wel met de bus zoals ze ook naar de Efteling gingen.

Om negen uur zijn alle kinderen op school. Daar moeten ze hun eigen kleren uitdoen en krijgen ze herdersmantels. Dat lijken wel een soort wollen dekens zeg! Ze kriebelen, maar ja, niemand wil zeuren want het is vandaag een bijzondere dag. Waar blijft die bus nu toch? Vlak bij school is geen boerderij met een stal erbij. Die vindt je alleen buiten de stad. Wat valt het de kinderen tegen als de juf zegt dat er geen bus komt. De juf legt uit dat er in de tijd van Jezus geen bussen waren en ze willen nu toch kerstfeest vieren zoals het toen ook was? Tja, dat is ook zo. Maar hoe moet dat nu? Ze gaan toch zeker niet eh……? Ja. Ze gaan echt lopen, net zoals toen. Dapper stappen ze allemaal met de juf mee. Het is wel koud, maar na een poosje krijgen ze het weer wat warmer. Ze hebben allemaal rode wangetjes. Jopie verheugt zich al op de krentenbollen, de mandarijnen en de warme chocolademelk die ze in de stal wel zullen krijgen. Die krijgen ze anders ook altijd.

Nadat ze meer dan een half uur hebben gelopen zien ze dan eindelijk de stal. De juf wijst hem aan. Nog eventjes en dan zijn ze er. Zullen ze de kerstboom mooi versierd hebben, en zullen ze er witte of gekleurde lichtjes er in gedaan hebben? Jopie wacht het maar even af, het gaat zo raar vandaag, hij wil maar niets meer vragen. In de stal is het koud en donker, in plaats van feestelijk versierd. Er is geen kerstboom en er zijn helemaal geen lichtjes, er is geen chocolademelk en ook geen krentenbollen of mandarijnen. Is dit eigenlijk wel een feest? De juf vraagt of ze allemaal op de grond willen gaan zitten. Dan pas zien ze in de hoek juffrouw Maria en haar man Dirk, die zich verkleed hebben als Maria en Jozef. In een echte kribbe, een etensbak voor de koeien, ligt een bergje hooi en daarop ligt Diederik, het pasgeboren baby’tje van juffrouw Maria en haar man. Wat is hij nog klein zeg!

De juffrouw gaat het kerstverhaal vertellen. Hoe de echte Maria en Jozef zo heel ver hadden moeten lopen om naar Bethlehem te komen en hoe moe ze toen waren. Dat begrijpen de kinderen nu goed zeg, zij zijn ook moe na zo’n eind lopen! Ze begrijpen nu ook hoe teleurgesteld Maria en Jozef geweest waren toen zij nergens een slaapplaats konden vinden, terwijl Maria haar baby zou krijgen. Ze kijken naar de baby en Jopie vraagt of hij het niet koud zal hebben. In de stal is geen verwarming. (Gelukkig heeft juffrouw Maria een kruikje bij hem gelegd en genoeg doeken om hem heen gewikkeld). De juffrouw vertelt dat het kerstfeest een féést is omdat Jezus, de Zoon van God, als mens werd geboren. Alleen zo kon God de mensen redden.

Vandaag vieren ze op deze vreemde manier kerstfeest. Niet omdat de juffrouw de kinderen niet graag zou willen verwennen, maar om eens te bedenken waar het werkelijk om gaat. De geboorte van Jezus is zó belangrijk. Als Jezus nooit als mens, als baby was geboren, dan had het ook nooit Goede vrijdag kunnen worden, dan had Jezus nooit kunnen opstaan uit de doden, dan had Hij niet naar de Hemel kunnen gaan, dan had het geen pinksterfeest kunnen zijn en dat zou betekenen dat de Heilige Geest nooit naar ons toe had kunnen komen. De geboorte van Jezus is het begin van de redding van de mensen. De kinderen vinden het raar dat er helemaal niets te snoepen is maar ze begrijpen dat Maria en Jozef ook helemaal niets hadden voor de herders, toen deze kwamen om de Here Jezus te aanbidden en uit het verhaal van de juffrouw begrijpen ze heel goed dat het bij het kerstfeest niet om het eten of drinken gaat, maar om de geboorte van de Here Jezus.

Als het verhaal uit is zingen ze met elkaar (en het baby’tje huilt mee) kerstliederen voor de echte Here Jezus, die nu bij Zijn Vader in de Hemel is en daarna lopen ze terug naar school. Zo’n bijzonder kerstfeest heeft Jopie nog nooit meegemaakt. Als hij thuis komt, vertelt hij alles aan papa en mama. Die vinden het ook heel prachtig. Ze praten erover dat het eigenlijk zo raar is, dat zij met kerstfeest altijd wel veel snoepen en allerlei lekkere dingen eten, terwijl het voor de echte Maria en Jozef zo heel anders was. Jopie vindt dat ze thuis deze keer ook eens anders kerstfeest moeten vieren. Ze bedenken met elkaar dat ze wel het huis zullen versieren om aan de Here te laten zien hoe blij ze zijn dat Hij Zijn Zoon mens heeft laten worden, om ons allemaal te redden, maar dat ze deze keer niets te snoepen in huis zullen halen en niet heel uitgebreid zullen eten, maar juist eenvoudig.